Speeddaten | Deel 2: De Grote Dag

In deel 1 kon je lezen over de periode voor het Speeddaten. Vandaag deel 2: De Grote Dag.

De Grote Dag, s’ochtends

Wanneer ik wakker word door de warmte van zonnestralen op mijn huid en het gezang van vogeltjes, voel ik dat het gaat gebeuren. Vandaag ga ik hém ontmoeten. Hem, mijn prins op het witte paard.

IIIEEEE! (*Het geluid van een zoemer zoals in een spelshow als je het verkeerde antwoord geeft.*)

Helaas. Het is allemaal niet zo gezapig. Wanneer ik wakker word voel ik me, eerlijk is eerlijk, eigenlijk heel verdrietig. Ik snik even, om mijn ex, om andere exen, om al die keren dat mijn hart sprongetjes maakte en het uiteindelijk toch niet zo’n succes bleek te zijn. Ik snik een beetje omdat ik bang ben dat ik me vanavond misschien zal realiseren dat er alleen maar ‘restjes’ voor me over zijn. Mannen die al 5 kinderen hebben bij 3 verschillende vrouwen, gokverslaafd zijn en nog bij hun moeder wonen. En ik snik ook een beetje omdat ik inmiddels misschien wel zo’n ‘verbitterde, zelfstandige vrouw’ ben geworden. Iemand die niet meer gelooft in liefde en ‘lang en gelukkig’. Dat is vast heel handig voor een stabiel leven, maar ik weet ineens niet meer of ik het wel leuk zou vinden om altijd maar een stabiel leven te hebben.

Speeddaten, Omhelzing
Ik vind het altijd leuk als er plaatjes bij mijn blogs staan, maar eigenlijk zijn ze wel heel zoetsappig en klef allemaal.

Speeddaten. Waarom ga ik dit in hemelsnaam doen? Uren in de auto zitten voor God-weet-wat? Terwijl ik ook de hele avond kan spenderen met Kroepoek (kat) en Ross en Monica (Friends).

Mijn vriendin M. spreekt me even bemoedigend toe via een Appje, en ik besluit mezelf een schop onder mijn kont te geven. Tijd om weg te zwemmen uit mijn ‘Zee vol Zelfmedelijden’. Na het werken voel ik me vrolijker, ik ben trots op mijn professionele houding; ik ben namelijk geen moment afgedwaald en heb echt lekker les kunnen geven.  Het voelt alsof ik een geheim heb wat ik heel goed kan verstoppen.

De Grote Dag, onderweg

Tijdens mijn rit wordt me via de telefoon (met een oortje in, en dus geheel veilig) gevraagd of ik zenuwachtig ben. En het is gek, maar nee! Ik ben helemaal niet zo zenuwachtig. Misschien zit ik nu dan ein-de-lijk op ‘Het Grote Moment’ in mijn leven.  Dat had ik eigenlijk al wat eerder verwacht, namelijk, toen ik 18 werd, toen ik afstudeerde, toen ik 21 werd en toen ik 25 werd. ‘Het Grote Moment’, waarop je ongeveer weet wie je bent, blij bent met je leven, kan omgaan met je negatieve eigenschappen en enigszins accepteert dat niet iedereen je altijd aardig en leuk kan vinden.

Wat een leuke verassing! Ik had al een tijdje zo’n vermoeden dat het ‘zover’ was, maarja, op een dag als deze had ik niet vreemd opgekeken als ik er toch een beetje onzeker van zou worden. Uiteindelijk zal ik vanavond toch door tientallen mensen worden beoordeeld. Ik probeer intens te genieten van deze ‘soort van zelfverzekerde rust’. Een paar seconden later realiseer ik me -wat een zelfreflectie- dat ik echt eens moet leren nadenken van welke stoffen ik ga zweten. Ik ben nog niet eens op de helft van de route en ruik nu al een beetje muffig. Gelukkig maak ik een tussenstop bij mijn ouders waar ik me nog even op kan frissen.

Als ik daar na een hoop files en gedoe aankom is het inmiddels donker buiten. Mijn ouders zijn gezellig, het eten is lekker, en eigenlijk vind ik het wel weer mooi geweest voor vandaag. Gelukkig word ik gebeld door ‘de vriendin die ik niet ken’ van de ‘soort van vriendin’. Ze vraagt of ik al in de buurt ben om een drankje te doen. Ze klinkt aardig en dus pak ik mijn spullen, poets mijn tanden -je weet maar nooit wat de avond brengt- en vertrek.

De Grote Dag, aangekomen op locatie

Ik heb nog precies 10 minuten om ‘de vriendin die ik niet ken’ (vanaf nu noem ik haar K.) van de ‘soort van vriendin’ te ontmoeten.  Ze zit al wat te drinken met  C. (een andere vrouwelijke kandidate van vanavond) en ik word enthousiast begroet. Met z’n drieën lopen we naar de locatie, waar een aantal mensen buiten staat te wachten.

De deur is dicht.

Speeddaten, Ballon
Nog een romantisch plaatje.

DE DEUR IS DICHT!

Er staan minstens 10 ongemakkelijke singles naar elkaar te kijken en er is niks of niemand wat ons uit deze oncomfortabele situatie gaat redden. We kunnen niet naar binnen. Niet wachten op de WC of rustig aan onze jas ophangen. Paniek! Alarm! Waar ik normaal gesproken een praatje zou maken voelt dat nu totaal ongemakkelijk. We weten natuurlijk allemaal wat we gaan doen vanavond. Ineens realiseer ik me dat ik K. en C. heb, en we zouden doen alsof we al jaren vriendinnen zijn. We mopperen wat tegen elkaar (“Wat slecht van de organisatie, blablabla”), en bespreken daarna -alsof het een artikel uit de Cosmopolitan is- de meest sexy beroepen. Ik scoor hoog met mijn ‘Zangeres’ zijn, en weet niet of ik me daar trots of ongemakkelijk door moet voelen.

De Grote Dag, het Speeddaten kan beginnen, want we mogen naar binnen

Ik weet niet wat ik had verwacht van een Speed-date-locatie, maar dit niet. Het ruikt naar bier, sigaretten en studenten en er hangen een soort draaimolen-paarden aan de muur. Dat zou hip kunnen zijn maar ik vind het nogal luguber. Het meisje achter de bar is vast een schat, maar kan in haar uppie alle bestellingen niet aan. Dit in de eerste plaats omdat ze regelmatig de trap af moet lopen om drank te halen, en dan in plaats van met een aantal flessen maar met een half gevuld glas weer terug naar boven komt. Dat doet ze natuurlijk omdat… omdat… Waarom doet ze dat? Heeft ze een sociale angst? Heeft ze een dwangstoornis met trappen?

Naast haar eigen vreemde gedrag is er nóg een reden waarom ze meer personeel in hadden moeten zetten. Iedereen probeert zich namelijk een houding te geven door massaal aan de bar te gaan staan en zich daar ook compleet op te focussen. Om zo maar niet met de rest van de ruimte (en vooral, de aanwezige mensen daarin) bezig te zijn. Ook ik doe mee aan deze ‘oh-wat-zal-ik-eens-gaan-drinken’-facade, want inmiddels bonkt mijn hart in mijn keel en schreeuwt alles in me ‘GA WEG! DIT IS EEN GEVAARLIJKE SITUATIE’.

De Oertijd

Mensen moeten altijd een beetje zuchten als ik begin over de oertijd, maar ik denk dus écht dat het daarmee te maken heeft. Dat mijn lichaam zo heftig reageert door ‘hoe wij vroeger leefden’. Want vroeger had je een gemeenschap nodig om te overleven. Kwam je in een nieuwe gemeenschap, dan was je op je hoede, want het was van levensbelang om ‘erbij te horen’. Zonder gemeenschap had je namelijk geen vriendinnen die mee besjes gingen plukken, mannen die je tegen bizons beschermden enzovoorts enzovoorts. En hoewel ik donders goed weet dat mijn overlevingskansen op de wereld momenteel echt niet afhangen van of ik wel of niet geaccepteerd word door deze groep Singles, mijn lichaam staat op scherp…

Al 2 delen geschreven, en nog kom ik niet bij hetgeen waar jullie voor geklikt hebben. Het Speeddaten. Maar beloofd, binnenkort deel 3! Als je mijn blog volgt via de Facebookpagina, of Bloglovin ben je als eerste op de hoogte wanneer het online komt.

Liefs,

Anne

 

 

5 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *